Twee artsen, dezelfde klachten, toch een andere beoordeling
Hoewel bedrijfsartsen en verzekeringsartsen dezelfde medische basis delen en beide kijken naar arbeid, gezondheid en wat iemand nog wél kan, vervullen zij in de praktijk heel verschillende rollen. Ulla legt in deze podcast uit dat de bedrijfsarts zich tijdens de eerste twee jaar ziekte richt op re‑integratie en duurzame inzetbaarheid. De vraag die voorligt is: wat is er nodig om terug te keren in werk, binnen deze organisatie, op deze werkplek?
De verzekeringsarts komt later in beeld en beoordeelt binnen een wettelijk kader het recht op een WIA-uitkering. De vraag is daar: wat kan iemand in theorie nog op de arbeidsmarkt, los van de huidige werkgever? Die andere context — praktijk versus theorie, begeleiding versus beoordeling — maakt dat twee artsen met dezelfde klachten tóch tot verschillende conclusies kunnen komen. Zonder dat één van beiden iets verkeerd doet.
Waar ontstaat de verwarring voor werknemers?
Voor werknemers voelt het vaak onlogisch. Eerst hoor je dat je niet geschikt bent voor je eigen werk en dat je moet herstellen. Later hoor je dat je volgens de verzekeringsarts toch nog voldoende mogelijkheden hebt om te werken. Beide professionals gebruiken andere instrumenten en andere definities.
Wat voor een bedrijfsarts een begrijpelijke beperking is in het dagelijks werk, kan voor een verzekeringsarts binnen de wettelijke systematiek iets anders betekenen. Dat verschil wordt extra zichtbaar wanneer iemand na twee jaar ziekte minder dan 35% arbeidsongeschikt wordt verklaard. Dan is er geen WIA-uitkering, terwijl terugkeer naar het oude werk ook niet meer haalbaar is. Voor werknemers voelt dat als tussen wal en schip vallen.
Re‑integratie versus WIA‑uitkering
Ulla legt uit dat de verzekeringsarts vooral toetst op een theoretisch perspectief: wat zou iemand – los van de huidige werkgever – nog kunnen op de arbeidsmarkt?
De bedrijfsarts kijkt juist naar de praktijk: het eigen werk, de concrete werkplek, de dagelijkse belasting en de mogelijkheden binnen de organisatie. Dat verschil in uitgangspunt kan grote gevolgen hebben. Iemand kan volgens de regels “in theorie” nog geschikt zijn voor ander werk, terwijl dit in de realiteit helemaal niet haalbaar is door gezondheid, leeftijd of kansen op de arbeidsmarkt.
Het probleem van ‘normaal functioneren’
Een belangrijk thema in het gesprek is het begrip “normaal waarden”. Maar wat is normaal tillen, lopen of concentreren? Dat verschilt enorm per beroep. De bedrijfsarts kan die beroepscontext meenemen in zijn beoordeling, maar de verzekeringsarts mag dat juist níet: die moet de belastbaarheid afzetten tegen wat een gemiddelde Nederlander in het dagelijks leven geacht wordt te kunnen. Daardoor kan iemand volgens de regels “niet beperkt” worden bevonden, terwijl het eigen werk in de praktijk allang niet meer uitvoerbaar is.
Instrumenten die langs elkaar heen lopen
Omdat bedrijfsartsen en verzekeringsartsen binnen een totaal verschillende wettelijke context werken, gebruiken zij ook uiteenlopende instrumenten om beperkingen te beschrijven. Dat verschil is niet alleen technisch van aard—het bepaalt in hoge mate hoe werknemers worden beoordeeld en welke consequenties daaruit volgen.
De bedrijfsarts werkt meestal met een inzetbaarheidsprofiel (IZP):
- beschrijvend en flexibel,
- gericht op begeleiding en re-integratie binnen de eigen organisatie,
- afgestemd op de dagelijkse praktijk van het werk.
De verzekeringsarts werkt daarentegen met de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML):
- gedetailleerd en juridisch van aard,
- uniform voor alle cliënten,
- bedoeld voor het beoordelen van het recht op een uitkering.
Beide instrumenten hebben hun waarde, maar sluiten niet vanzelf op elkaar aan. Dat zorgt ervoor dat werknemers soms van het kastje naar de muur worden gestuurd — het traject wordt moeilijk te volgen en kan zelfs extra stress en klachten veroorzaken, zoals Ulla in het gesprek aangeeft.
Waarom vroegere afstemming kan helpen
Ulla pleit ervoor om verzekeringsartsen – of verzekeringsgeneeskundige expertise – eerder in het traject te betrekken. Niet om al te keuren, maar om vooruit te kijken: waar kan dit naartoe leiden, en welke keuzes zijn nu verstandig? Dat kan schade voorkomen, zoals een loonsanctie of het verlies van inkomen zonder vangnet of WIA-uitkering.
De werknemer weer in regie
Een terugkerend punt in de aflevering is regie. Te vaak worden werknemers pas laat geconfronteerd met de gevolgen van beslissingen die eerder zijn genomen. Ulla benadrukt hoe belangrijk het is dat werknemers goed geïnformeerd zijn en begrijpen wat de consequenties zijn van een WIA-beoordeling, een beperking of een instrument dat wordt ingevuld.
Tips voor het gesprek met de verzekeringsarts
Tot slot deelt Ulla praktische adviezen voor werknemers die op gesprek moeten bij een verzekeringsarts:
- Wees eerlijk en volledig, maar doe je niet beter of slechter voor dan je bent
- Schrijf vooraf op hoe een gemiddelde dag eruitziet
- Neem iemand mee als steun
- Realiseer je dat het een momentopname is, en dat context belangrijk is
Een goede professional kijkt verder dan dat ene moment en probeert de mens achter het dossier te zien.
Zet de eerste stap richting rust en zekerheid
Deskundige begeleiding geeft niet alleen rust,
maar vergroot ook de kans op een voorspoedige procedure bij het UWV.
Tot slot: waarom dezelfde klachten tot een andere uitkomst kunnen leiden
Deze aflevering laat zien dat het probleem niet zit in “fout of goed”, maar in een complex systeem met verschillende rollen, talen en doelen. Voor werknemers is dat vaak moeilijk te overzien, zeker wanneer gezondheid al onder druk staat.
De belangrijkste boodschap: zorg dat je niet pas bij de WIA-beoordeling nadenkt over de gevolgen, maar probeer eerder overzicht en regie te krijgen.
Andere interessante Werkwaarde afleveringen:
🎙️ Wanneer ga ik me ziekmelden?
🎙️ Vervroegde WIA-aanvraag en afwijzing
🎙️ Ervaringsverhaal: Als werken niet meer gaat
UwVerzuimregisseur: betrouwbare sparringpartner als werken niet meer gaat
Sinds 2018 biedt UwVerzuimregisseur gespecialiseerde begeleiding aan werknemers en ondernemers met een chronisch-progressieve aandoening. Wij ondersteunen werknemer en ondernemer bij alles wat te maken heeft met werk, inkomen en uitkeringen – persoonlijk, deskundig en betrokken.
We zijn er voor mensen met aandoeningen zoals Parkinson, Multiple Sclerose (MS), ALS, Alzheimer, COPD, Huntington, Ehlers-Danlos syndroom (EDS) en Reuma. We begrijpen dat jij – en mogelijk ook je werkgever – in deze belangrijke fase behoefte hebt aan een betrouwbare partner.
Daarom bieden wij ondersteuning vanuit verschillende rollen:
- 👥 Belangenbehartiger – we gaan mee naar afspraken
- 💰 Financieel planner – we rekenen je netto besteedbaar inkomen uit
- 🤝 Lotgenoot – we ondersteunen vanuit eigen ervaring
- 📋 Arbeidsdeskundige – we controleren de procedure zorgvuldig