werken met een IVA‑uitkering bij bovenmodaal inkomen

Hoe de IVA rust en zekerheid biedt voor werknemers met een hoog inkomen en een chronisch‑progressieve aandoening

Wanneer je leeft met een chronisch‑progressieve aandoening, verandert je wereld stukje bij beetje. Je belastbaarheid neemt af, je gezondheid wordt onvoorspelbaarder en het toekomstbeeld dat ooit vanzelfsprekend voelde, verschuift mee. Juist voor werknemers met een bovenmodaal inkomen ontstaat dan vaak een sterke behoefte aan duidelijkheid, rust en financiële stabiliteit.

Dit artikel neemt je mee langs de belangrijkste vragen van werknemers die overwegen om een vervroegde IVA‑uitkering aan te vragen of willen werken met een IVA-uitkering. Want zeker wanneer je bovenmodaal verdient, werkt de WIA misschien anders dan je misschien denkt — en soms pakt dat verrassend gunstig uit.



Hoe werkt een IVA‑uitkering?

Voordat we ingaan op werken met een IVA‑uitkering bij een bovenmodaal inkomen, eerst kort wat achtergrond. De IVA staat voor Inkomensvoorziening Volledig Arbeidsongeschikten en is bedoeld voor werknemers die:

  • volledig arbeidsongeschikt zijn (80–100%), én
  • duurzaam beperkingen houden — dus zonder gericht uitzicht op herstel.

Bij progressieve aandoeningen (bijvoorbeeld Parkinson, MS of ALS) is er vaak sprake van duidelijke en blijvende achteruitgang, waardoor IVA in beeld komt — soms zelfs al vóór het einde van de verplichter periode van loondoorbetaling van 104‑weken. Lees hier meer over in ons artikel over de IVA-uitkering.

Hoogte IVA‑uitkering bij bovenmodaal inkomen

Het UWV bepaalt de hoogte van je WIA‑uitkering op basis van wat je gemiddeld verdiende in het jaar vóór je ziekmelding. Van dit SV‑loon (het loon waarover belasting en premies zijn betaald) berekent het UWV je dagloon. Dat dagloon wordt vervolgens omgerekend naar een WIA‑maandloon. Dit is de basis waarop jouw WIA‑uitkering wordt berekend.

Hoogte IVA‑uitkering is begrensd

Voor de WIA geldt een wettelijke bovengrens: het maximumdagloon. Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid bepaalt twee keer per jaar — op 1 januari en 1 juli — of dit bedrag wordt aangepast.

Per 1 januari 2026 is het maximumdagloon vastgesteld op €304,25 per dag, wat neerkomt op ongeveer €6.617 per maand (inclusief vakantiegeld). Verdien je meer dan dit bedrag? Dan telt het deel boven deze grens niet mee voor de berekening van het WIA‑maandloon.

De uiteindelijke hoogte van je WIA‑uitkering is vervolgens een percentage van dit WIA‑maandloon, afhankelijk van het soort uitkering dat je ontvangt.

Binnen die WIA zijn er twee soorten uitkeringen met verschillende uitkeringspercentage:

  • De WGA (gedeeltelijk arbeidsgeschikt):
    hierbij ontvang je in de basis 70% van het WIA-maandloon, maar dat percentage wordt beïnvloed door hoeveel je nog kunt én daadwerkelijk verdient. Om te voorkomen dat je terugvalt naar een veel lagere WGA‑vervolguitkering. moet je minimaal 50% van je restverdiencapaciteit benutten.
  • De IVA (volledig en duurzaam arbeidsongeschikt):
    deze uitkering is stabieler en bedraagt 75% van het WIA-maandloon, ongeacht of je nog een klein beetje kunt bijverdienen. De IVA kent geen verplichting tot re‑integratie, of benutten restverdiencapaciteit en geen risico op terugval.

Werken met een IVA‑uitkering bij bovenmodaal inkomen

Veel mensen denken dat je met een IVA‑uitkering helemaal niet meer mag werken, maar dat klopt niet. De wet stimuleert arbeidsparticipatie — óók bij werknemers met een IVA‑uitkering — en het UWV ondersteunt re‑integratie wanneer dat mogelijk is.

Bij veel IVA‑gerechtigden leeft een begrijpelijke zorg: “Als ik werk, raak ik dan mijn IVA‑status kwijt?” Zeker wanneer IVA-uitkering op de lange termijn nodig is, vormt dit voor veel mensen een grote drempel om te gaan werken.

In de WIA wordt volledige arbeidsongeschiktheid echter heel precies begrensd: je mag niet méér dan 20% van je vroegere loon kunnen verdienen. Voor werknemers die vóór hun ziekte (ruim) boven het maximumdagloon zaten, kan een relatief bescheiden inkomen dus nog steeds binnen die 20%-grens vallen.

Zolang je inkomen — structureel en duurzaam — onder die grens blijft, behoud je je IVA‑status. Je mag dus beperkt werken, bijvoorbeeld in lichter, minder frequent of minder belastend werk, zolang het past binnen je medische mogelijkheden.

Waar je rekening mee moet houden bij een IVA‑uitkering:

  • Geen vrijstelling:
    Elk inkomen uit arbeid wordt verrekend met je IVA‑uitkering — ongeacht of het gaat om loondienst of ondernemerschap.
  • Structureel te hoog inkomen kan leiden tot herbeoordeling:
    Verdien je meer dan 20% van je vroegere loon, dan kan het UWV beoordelen of je nog volledig en duurzaam arbeidsongeschikt bent.
  • Structureel meer dan 65% van je oude loon:
    Wordt vastgesteld dat je nog maar minder dan 35% arbeidsongeschikt bent, dan kan je het recht op een WIA‑uitkering verliezen.

Kortom: werken met een IVA‑uitkering kan, maar wél met belangrijke nuances

Werken met een IVA‑uitkering mag, maar binnen duidelijke grenzen — en altijd met oog voor je belastbaarheid én je financiële toekomst. Het gaat om balans: je mag doen wat nog mogelijk is, zonder je duurzame gezondheid of uitkeringszekerheid in gevaar te brengen.

Zet de eerste stap richting rust en zekerheid

Deskundige begeleiding geeft niet alleen rust,
maar vergroot ook de kans op een voorspoedige procedure bij het UWV.

Bovenmodaal inkomen en IVA-uitkering

Voor werknemers die vóór hun ziekte meer verdienden dan het maximumdagloon, werkt de WIA anders dan je zou verwachten. Het UWV wil voorkomen dat mensen met een hoog inkomen een te lage uitkering krijgen zodra zij (weer) gaan werken. Daarom wordt het nieuwe inkomen eerst kunstmatig verlaagd voordat het wordt verrekend met de WIA‑uitkering.

Dat verlagen gebeurt met de f‑factor. Het klinkt misschien vreemd, maar het is juist bedoeld om ervoor te zorgen dat je minder wordt gekort en dat er meer van je uitkering overblijft.

Hoe werkt de F‑factor bij bovenmodaal inkomen precies?

De f‑factor wordt toegepast wanneer:

  • je vóór je ziekte meer dan het maximumdagloon verdiende, én
  • je tijdens je WGA‑ of IVA‑periode inkomen uit arbeid hebt (loondienst of ondernemerschap).

Voorafgaand aan de verrekening met je uitkering wordt je nieuwe loon verlaagd met de f‑factor, zodat het niet te zwaar meetelt. De officiële formule luidt: f‑factor = gemaximeerd jaarloon / ongemaximeerd jaarloon

Voorbeeldberekening bovenmodaal inkomen en IVA-uitkering:

Stel je voor: je hebt een chronisch-progressieve aandoening en je oorspronkelijke inkomen bedraagt ongeveer €120.000 bruto per jaar. Werken lukt nog, maar je kunt minder uren maken én tegen een lager uurloon. Je verdient daardoor nog ongeveer €20.000 bruto per jaar. Dit nieuwe inkomen wordt verrekend met je IVA‑uitkering.

Voor de voorbeeldberekening gebruiken we het maximumdagloon per januari 2026, namelijk €304,25 per dag. Dit komt neer op €6.617 bruto per maand en €79.409 bruto per jaar.

Bruto voorbeeldberekening met f‑factor:

  • Stap 1: f‑factor berekenen
    → de formule: gemaximeerd jaarloon / oud loon = f‑factor
    → de uitwerking: € 79.409 / € 120.000 = 0,66
  • Stap 2: inkomen corrigeren met f‑factor
    → de formule: Inkomen x f‑factor = gecorrigeerd inkomen
    → de uitwerking: € 20.000 × 0,66 = € 13.200
  • Stap 3: IVA uitkering berekenen
    → de formule: 75% × (oud gemaximeerd loon − gecorrigeerd inkomen) = IVA-uitkering
    → de uitwerking: 75% × (€ 79.409 − € 13.200) = € 49.657
  • Stap 4: Totaal jaarinkomen berekenen
    → de formule: IVA-uitkering + ongecorrigeerd inkomen = totaal inkomen
    → de uitwerking: € 20.000 + €49.656,75 = € 69.657

Dit totaalbedrag is ongeveer 86% van je WIA‑maandloon, maar in dit rekenvoorbeeld nog steeds slechts 58% van je oorspronkelijke bruto jaarinkomen van €120.000. Voor veel werknemers met een inkomen boven het maximumdagloon is deze inkomensdaling aanzienlijk. Daarom sluiten zij vaak een WIA‑excedentverzekering af, waarmee het inkomensdeel bóven het maximum WIA‑loon (SV‑loon) alsnog gedeeltelijk wordt verzekerd.

De rol van een WIA‑excedentverzekering bij een IVA‑uitkering

Voor werknemers met een inkomen boven het maximumdagloon kan het inkomensverlies bij langdurige arbeidsongeschiktheid fors oplopen. De WIA kijkt immers alleen naar het gemaximeerde dagloon; alles daarboven telt niet mee. Om dit onverzekerde deel toch te beschermen, kunnen werkgevers een WIA‑excedentverzekering aanbieden aan hun werknemers met een bovenmodaal inkomen.

Met zo’n verzekering wordt het inkomensdeel boven het maximumdagloon alsnog gedekt tot het verzekerde percentage (bijvoorbeeld 70%, 75% of 80%).

Voor werknemers met een chronisch-progressieve aandoening is dit extra belangrijk. Wanneer iemand richting IVA gaat, wordt het inkomen gebaseerd op 75% van het gemaximeerde loon – waardoor het inkomensdeel bóven die grens volledig wegvalt zonder excedentverzekering.

Hoe werkt inkomen bij een WIA‑excedentverzekering?

De WIA‑excedentverzekeraar volgt altijd de beoordeling van het UWV. Wordt door het UWV vastgesteld dat je 80–100% duurzaam arbeidsongeschikt bent, dan val je in de IVA‑categorie. In dat geval:

  • keert de verzekeraar 100% van de verzekerde jaarrente uit,
  • tot maximaal het verzekerde percentage dat in de polis is vastgelegd (bijv. 70%, 75% of 80%).

Hoewel dit het algemene uitgangspunt is, kunnen polisvoorwaarden per verzekeraar verschillen. Controleer daarom altijd de voorwaarden van jouw eigen verzekering.

In de praktijk geldt vaak dat excedentverzekeraars blijven uitkeren zolang het UWV jouw arbeidsongeschiktheidpercentage handhaaft. Inkomsten uit arbeid worden daarbij niet verrekend met de excedentverzekering, tenzij de polis anders bepaalt.

Wat betekent een IVA-uitkering nu persoonlijk?

Voor werknemers met een bovenmodaal inkomen die chronisch-progressief ziek zijn, biedt de IVA vaak:

  • meer stabiliteit
  • meer rust
  • minder verplichtingen
  • meer financiële onzekerheid
  • beperkt verschil in netto inkomenseffect ten opzicht van aanzienlijke meer werken in de WGA
  • en vaak een juistere weerspiegeling van de medische realiteit

Het financiële verschil tussen “volledig blijven werken in passende arbeid” in de WGA en “overschakelen op IVA” blijkt in veel gevallen:

  • gering, maar
  • de rust die je terugkrijgt enorm.

De IVA‑uitkering is eigenlijk de erkenning dat je gezondheid voorop staat en dat jouw belastbaarheid structureel beperkt is. Je hóeft niet voortdurend te bewijzen wat je nog wél kunt.

Wil je weten of jij in aanmerking komt voor vervroegde IVA? Of wil je dat we een berekening maken met jouw inkomen en restverdiencapaciteit richting de toekomst?

Zet de eerste stap richting rust en zekerheid

Deskundige begeleiding geeft niet alleen rust,
maar vergroot ook de kans op een voorspoedige procedure bij het UWV.

UwVerzuimregisseur: je sparringpartner in onzekere tijden

Ervaar je het WIA‑traject als ingewikkeld en emotioneel zwaar? Wij zorgen voor rust, overzicht en zekerheid — vanaf je ziekmelding tot en met de WIA‑aanvraag. Ons team van arbeidsdeskundigen, financieel planners, ervaringsdeskundigen én juristen begrijpt zowel de regels als de dagelijkse impact van een chronische aandoening. Daardoor krijg je ondersteuning die klopt bij de wet én bij jouw werkelijkheid.

Wat wij voor je doen

✔ Voorbereiding op medische beoordelingen
We helpen je jouw klachten en beperkingen helder uit te leggen, zodat UWV‑professionals een realistisch beeld krijgen.
✔ Hulp bij alle formulieren en documenten
Wij begeleiden je stap voor stap door de WIA‑aanvraag, zodat niets wordt vergeten.
✔ Strategisch re‑integratieadvies
We kijken naar je mogelijkheden én toekomst, zodat je weer grip en richting krijgt.
✔ Ondersteuning bij UWV‑gesprekken
Wij staan naast je en bewaken dat jouw verhaal volledig en eerlijk wordt overgebracht.
✔ Financieel inzicht
We berekenen je netto‑inkomen en geven duidelijkheid over IVA, WGA en aanvullende verzekeringen.

Je staat er niet alleen voor

Heb je vragen over je verzuim-, re‑integratie‑ of WIA‑traject? Neem gerust contact op voor een vrijblijvend gesprek.


Onze opdrachtgevers

Logo Verenso
Logo Verenso
triangle-down