Wat betekent arbeidsvermogen bij WIA?
Het arbeidsvermogen volgens de wet WIA is het percentage van je oude loon dat je, ondanks je beperkingen, nog kunt verdienen. Het UWV kijkt daarbij niet alleen naar wat je theoretisch zou kunnen doen, maar ook naar wat je in de praktijk nog kunt verdienen op de arbeidsmarkt.
Het verschil tussen wat je vóór je ziekte verdiende en wat het UWV inschat dat je nu nog kunt verdienen, bepaalt je inkomensverlies. Het inkomen dat je volgens het UWV nog kunt verdienen, wordt de restverdiencapaciteit (RVC) genoemd.
Er is een belangrijk verschil tussen theoretisch en praktisch arbeidsvermogen. Theoretisch arbeidsvermogen gaat over welke taken je fysiek en mentaal nog zou kunnen uitvoeren volgens Claim Beoordelings- en Borgingssysteem (CBBS) van het UWV. Praktisch arbeidsvermogen daarentegen kijkt naar hoeveel geld je daadwerkelijk kunt verdienen met je huidige werkhervatting en re-integratieresultaat. Het percentage van je oude loon dat je volgens het UWV nog kan verdienen in vergelijking met je oude loon, noemen we arbeidsongeschiktheid.
Het arbeidsongeschiktheidspercentage is bepalend voor je uitkering. Kun je nog meer dan 65% van je oude salaris verdienen, dan krijg je geen WIA-uitkering. Verdien je tussen de 35% en 80%, dan kom je in aanmerking voor een WGA-uitkering. Bij inkomen voor minder dan 20% krijg je mogelijk een IVA-uitkering.
Het UWV gebruikt voor de berekening van je arbeidsongeschiktheid je sociale verzekeringsloon (SV-loon) in de periode voorafgaand aan je ziekmelding als uitgangspunt. Dit is het loon waarover je belasting hebt betaald en staat op je loonstrook tot een maximum. Het maximumdagloon bedraagt vanaf 1 januari 2026 € 304,25, wat neerkomt op ongeveer €6.617 bruto per maand incl. vakantiegeld.
Welke stappen doorloop je tijdens de WIA-aanvraag?
De beoordeling van arbeidsongeschiktheid binnen een WIA-aanvraag bestaat uit drie hoofdonderdelen: de beoordeling van het re-integratieverslag (RIV-toets), een medische beoordeling door een verzekeringsarts en een gesprek met een arbeidsdeskundige om het arbeidsvermogen vast te stellen en daarmee het arbeidsongeschiktheidspercentage voor de WIA te bepalen. Het volledige proces duurt doorgaans enkele maanden vanaf het moment van aanvraag.
Stap 1: Beoordeling re-integratieverslag (RIV-toets)
Na ontvangst van je WIA‑aanvraag beoordeelt het UWV of de aanvraag compleet is en of er voldoende is gedaan aan de re‑integratie. Dit heet de RIV‑toets. Het UWV kijkt daarbij of jij en je werkgever zich gedurende de eerste 104 weken ziekte voldoende hebben ingespannen om terugkeer naar werk mogelijk te maken.
Als werknemer lever je hiervoor een re‑integratieverslag aan. In dit verslag staat welke stappen jij en je werkgever hebben gezet, zoals gesprekken, aanpassingen in het werk en eventuele re‑integratieactiviteiten.
Ontvang je een Ziektewetuitkering, dan is een re‑integratieverslag niet nodig. In dat geval heeft het UWV het verzuim‑ en re‑integratietraject zelf begeleid. Ook bij een vervroegde WIA‑aanvraag vindt geen RIV‑toets plaats.
Stap 2: Medische beoordeling
De medische beoordeling vormt de kern van het WIA‑proces. Een verzekeringsarts van het UWV beoordeelt je lichamelijke, cognitieve en mentale beperkingen. Dit gebeurt op basis van dossieronderzoek en gesprekken, eventueel aangevuld met lichamelijk onderzoek.
Wanneer er sprake is van benutbare mogelijkheden, legt de verzekeringsarts deze vast in een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML). In de FML staat beschreven wat je wel en niet meer kunt op het gebied van werken. Deze lijst vormt de basis voor de verdere beoordeling van je arbeidsvermogen.
Als de verzekeringsarts vaststelt dat er geen benutbare mogelijkheden (GBM) zijn, wordt de volgende stap in het proces overgeslagen en volgt volledige arbeidsongeschiktheid op medische gronden.
Stap 3: Arbeidsdeskundige beoordeling
Als de verzekeringsarts vaststelt dat je nog benutbare mogelijkheden hebt, hoe beperkt ook, volgt een gesprek met een arbeidsdeskundige van het UWV. Deze beoordeelt welk werk je, gelet op je vastgestelde beperkingen, nog zou kunnen verrichten. Daarbij wordt rekening gehouden met je opleiding, werkervaring en de beperkingen die door de verzekeringsarts zijn vastgelegd.
Vervolgens berekent de arbeidsdeskundige hoeveel je met passend werk in theorie nog zou kunnen verdienen. Dit zogenoemde restverdiencapaciteit (RVC) wordt vergeleken met je oude loon. Kun je op basis van deze berekening minder dan 20% van je vroegere loon verdienen, dan word je op arbeidsdeskundige gronden als volledig arbeidsongeschikt aangemerkt. Heeft de verzekeringsarts daarnaast vastgesteld dat je klachten duurzaam zijn, dan kom je in aanmerking voor een IVA‑uitkering wegens volledige en duurzame arbeidsongeschiktheid.
Hoe het UWV arbeidsvermogen bij WIA berekent:
Het arbeidsongeschiktheidspercentage wordt berekend door je mogelijke verdiensten te vergelijken met je oude loon. Als je bijvoorbeeld nog €1.500 per maand kunt verdienen terwijl je vroeger €3.000 verdiende, heb je 50% arbeidsvermogen en ben je dus 50% arbeidsgeschikt.
De berekening is gebaseerd op het verschil tussen je oude gemaximaliseerde SV-loon en wat je nu maximaal zou kunnen verdienen. Het UWV kijkt naar algemeen voorkomend werk dat past bij je beperkingen, opleiding en ervaring. Dit wordt vertaald naar een uurloon dat pas bij je arbeidsmogelijkheden.
Het percentage van 35% arbeidsongeschiktheid is de grens voor een WIA-uitkering. Ben je minder dan 35% arbeidsongeschikt, dan krijg je geen WIA-uitkering. Tussen 35% en 80% arbeidsongeschiktheid kom je in de WGA-regeling. Bij 80% of meer arbeidsongeschiktheid zonder uitzicht op herstel krijg je een IVA-uitkering.
Arbeidsvermogen bij gedeeltelijk arbeidsongeschikt
Met een arbeidsgeschiktheid tussen de 35 en 80% word je als gedeeltelijk arbeidsgeschikt beschouwd en heb je recht op een WGA‑uitkering. Dit houdt in dat je nog gedeeltelijk kunt werken en een WGA‑uitkering ontvangt als aanvulling op het inkomen dat je zelf nog kunt verdienen.
Stel: je verdiende vóór je ziekte € 4.000 bruto per maand. Het UWV beoordeelt dat je, ondanks je beperkingen, nog maximaal € 2.000 per maand kunt verdienen.
Rekenvoorbeeld gedeeltelijk arbeidsongeschikt: Restverdiencapaciteit: € 2.000 Inkomensverlies: € 4.000 − € 2.000 = € 2.000 Arbeidsongeschiktheidspercentage: 50%
Arbeidsvermogen bij volledige arbeidsongeschikt
Bij een arbeidsongeschiktheidspercentage van 80% of meer ben je volledig arbeidsongeschikt. Als de verzekeringsarts daarnaast vaststelt dat je beperkingen duurzaam zijn, kun je in aanmerking komen voor een IVA‑uitkering.
Stel: je verdiende vóór je ziekte € 4.000 bruto per maand. Kan je volgens het UWV nog maar € 500 per maand verdienen, dan geldt:
Rekenvoorbeeld volledig arbeidsongeschikt: Restverdiencapaciteit: € 500 Inkomensverlies: € 4.000 − € 500 = € 3.500 Arbeidsongeschiktheidspercentage: 87,5%
Wat kun je doen als je het niet eens bent met het UWV?
Ben je het niet eens met de beslissing van het UWV, bijvoorbeeld bij een afwijzing, een te hoge vaststelling van je arbeidsvermogen bij WIA of een te lage uitkering, dan kun je binnen zes weken bezwaar maken. In je bezwaarschrift geef je aan waar je het niet mee eens bent en waarom, ondersteund door medische gegevens en argumenten over je arbeidsvermogen.
Zet de eerste stap richting rust en zekerheid
Deskundige begeleiding geeft niet alleen rust,
maar vergroot ook de kans op een voorspoedige procedure bij het UWV.
Wat heb je nodig voor een sterk bezwaar?
Een bezwaar tegen een WIA‑beslissing moet goed onderbouwd en zorgvuldig opgebouwd zijn. Het UWV beoordeelt niet alleen of je het oneens bent met de uitkomst, maar vooral waarom de eerdere beoordeling volgens jou onjuist of onvolledig is. Een sterk bezwaar bestaat daarom uit meerdere samenhangende onderdelen.
1. Medische onderbouwing
Een belangrijk onderdeel van het bezwaar zijn medische argumenten waaruit blijkt dat je beperkingen zijn onderschat of niet volledig zijn meegenomen. Denk hierbij aan:
- Uitleg waarom je het niet eens bent met de medische beoordeling van het UWV.
- Medische rapporten of brieven van behandelend artsen (zoals specialist, huisarts of revalidatiearts) die jouw klachten en beperkingen bevestigen.
- Indien nodig: een second opinion of onafhankelijke medische expertise die jouw belastbaarheid nader onderbouwt.
2. Arbeidsdeskundige argumenten
Naast de medische kant is ook de arbeidsdeskundige beoordeling essentieel. In het bezwaar kan worden onderbouwd dat:
- De geselecteerde functies niet passend zijn gezien jouw beperkingen.
- De belasting in deze functies niet aansluit bij wat in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) is vastgelegd.
- De berekende restverdiencapaciteit onjuist is, waardoor je arbeidsvermogen te hoog is ingeschat.
3. Juridische en procedurele argumenten
Een sterk bezwaar bevat ook juridische gronden. Hierbij wordt beoordeeld of het UWV:
- De wet‑ en regelgeving correct heeft toegepast.
- Het onderzoek zorgvuldig en volledig heeft uitgevoerd.
- De motivering van het besluit voldoende en begrijpelijk is.
- Geen relevante informatie heeft gemist of onjuist heeft gewogen.
Juridische argumenten kunnen doorslaggevend zijn, zeker wanneer het UWV afwijkt van vaste regels of onvoldoende uitlegt hoe het tot een besluit is gekomen.
4. Duidelijke en concrete toelichting
Zorg dat je bezwaar concreet en goed gestructureerd is. Beschrijf duidelijk:
- Welke beperkingen volgens jou zijn gemist of onderschat.
- Waarom de vastgestelde belastbaarheid niet aansluit bij jouw dagelijkse realiteit.
- Waarom je meent dat je arbeidsvermogen of restverdiencapaciteit onjuist is vastgesteld.
⚠️ Let op: Een bezwaarprocedure gaat over de situatie ten tijde van de oorspronkelijke beoordeling. Nieuwe medische informatie die pas daarna beschikbaar is gekomen, wordt niet vanzelfsprekend meegenomen. Bij een verslechtering van je gezondheid moet dit apart worden gemeld via een melding verslechterde gezondheid.
Deskundige hulp bij de WIA‑beoordeling van je arbeidsvermogen
Het WIA‑traject is complex, emotioneel belastend en vaak overweldigend. Daarom begeleiden wij je van de eerste aanvraag tot en met een eventuele bezwaarprocedure, zodat je nooit alleen hoeft te staan. Ons team bestaat uit geregistreerde arbeidsdeskundigen én ervaringsdeskundigen met een eigen chronisch‑progressieve aandoening. Daardoor begrijpen we niet alleen de regels, maar ook de werkelijkheid achter jouw verhaal.
Wat je van onze begeleiding mag verwachten
✔ Voorbereiding op medische keuringen: Je gaat nooit onvoorbereid een gesprek in. Wij helpen je om je beperkingen helder en volledig te verwoorden, zodat UWV‑artsen en arbeidsdeskundigen een realistisch beeld krijgen van je situatie.
✔ Ondersteuning bij complexe formulieren: De WIA‑aanvraag vraagt veel administratieve nauwkeurigheid. Wij helpen je stap voor stap bij het invullen, verzamelen en onderbouwen van alle documenten.
✔ Strategisch advies over re‑integratie: We kijken naar je mogelijkheden, beperkingen én toekomst. Dat geeft rust, richting en grip — precies wat je nodig hebt in een fase waarin veel onzeker is.
✔ Begeleiding tijdens gesprekken met het UWV: We staan letterlijk naast je. Tijdens gesprekken met UWV‑artsen en arbeidsdeskundigen bewaken we dat jouw situatie begrijpelijk, volledig en eerlijk wordt weergegeven.
✔ Financieel inzicht en planning: Een WIA‑uitkering heeft grote gevolgen voor je inkomen. We berekenen je netto besteedbaar inkomen en helpen je vooruitkijken, zodat je financiële rust en duidelijkheid krijgt.
Waarom mensen voor UwVerzuimregisseur kiezen
Wat ons onderscheidt, is de unieke combinatie van deskundigheid en ervaringskennis. We kennen het WIA‑proces door en door, maar begrijpen ook de emotionele en praktische impact van leven met aandoeningen zoals Parkinson, MS, Alzheimer, reuma of ALS. Onze begeleiding is daarom niet alleen professioneel — maar ook warm, menselijk en echt ondersteunend.
Heb je vragen over jouw verzuim-, re-integratie- of WIA‑traject? Wil je duidelijkheid, rust of gewoon iemand die met je meedenkt?
Neem gerust contact met ons op voor een vrijblijvend intakegesprek over jouw situatie en mogelijkheden.