Wat is loonwaarde bij WIA?

Het belang van restverdiencapaciteit en loonwaarde voor je WIA-uitkering

Loonwaarde is het bedrag dat je daadwerkelijk verdient met het werk dat je verricht, waarbij rekening wordt gehouden met je productiviteit ten opzichte van een volledig arbeidsgeschikte werknemer. Restverdiencapaciteit daarentegen is het bedrag dat je theoretisch nog zou kunnen verdienen, gezien je mogelijkheden en beperkingen. Het UWV stelt deze restverdiencapaciteit vast op basis van veelvoorkomende functies die je in theorie nog kunt uitvoeren.



Wat is restverdiencapaciteit en loonwaarde binnen de WIA?

Restverdiencapaciteit is het bedrag dat je volgens het UWV nog kunt verdienen op basis van je resterende arbeidsvermogen na ziekte of een aandoening. Een arbeidsdeskundige bepaalt dit door te kijken naar passend werk dat je nog kunt doen binnen je beperkingen. Deze restverdiencapaciteit vormt de basis voor je WIA-uitkering en bepaalt of je in aanmerking komt voor WGA of IVA. Hoe groter het verschil tussen je oude salaris en je restverdiencapaciteit, hoe hoger je arbeidsongeschiktheidspercentage.

Loonwaarde is het bedrag dat je daadwerkelijk verdient met het werk dat je verricht, waarbij rekening wordt gehouden met je productiviteit ten opzichte van een volledig arbeidsgeschikte werknemer. Het verschil? Restverdiencapaciteit is theoretisch: wat je volgens het UWV nog zou kunnen verdienen in functies die passen bij jouw mogelijkheden. Loonwaarde is praktisch: wat je echt verdient in je huidige werk. Het UWV gebruikt deze gegevens om jouw WIA-recht en uitkeringshoogte vast te stellen.

De berekening van arbeidsongeschiktheid op basis van het inkomen dat je daadwerkelijk verdient met werk (loonwaarde) noemen we een praktische schatting. De berekening op basis van functies die je theoretisch zou kunnen uitvoeren, noemen we een theoretische schatting. Beide beoordelingen worden uitgevoerd door een arbeidsdeskundige van het UWV.

Wanneer je blijft werken bij je werkgever tegen een lager uurtarief en/of minder uren, daalt je loonwaarde. Is je loonwaarde hoger dan je restverdiencapaciteit, dan gebruikt het UWV je loonwaarde als uitgangspunt voor het berekenen van je mate van arbeidsongeschiktheid. Het is daarom belangrijk om duidelijke afspraken te maken met je werkgever over de waarde van je re-integratiewerkzaamheden en over het eventuele voornemen van je werkgever om je gedeeltelijk in dienst te houden.

Hoe wordt je restverdiencapaciteit bij WIA bepaald?

Het UWV bepaalt je restverdiencapaciteit door een uitgebreid onderzoek naar je resterende arbeidsverdiencapaciteit. Een arbeidsdeskundige beoordeelt welk soort werk je nog zou kunnen doen ondanks de beperkingen die de verzekeringsarts heeft vastgesteld in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML).

Dit proces start met een medische beoordeling waarbij de verzekeringsarts je lichamelijke en psychische beperkingen vaststelt. Deze beperkingen worden vertaald in de FML, die vervolgens wordt overgedragen aan de arbeidsdeskundige. De arbeidsdeskundige onderzoekt of je eigen werk nog passend is of passend te maken is binnen je mogelijkheden.

Als je eigen werk niet meer mogelijk is, wordt gekeken naar andere functies die binnen je bereik liggen. Hierbij speelt je opleiding, werkervaring en de huidige arbeidsmarkt een belangrijke rol. De arbeidsdeskundige voert een arbeidsmarktanalyse uit om te bepalen welk salaris je realistisch zou kunnen verdienen in passend werk. Dit bedrag wordt je restverdiencapaciteit.

Wat is het verschil tussen restverdiencapaciteit en je oude salaris?

Je restverdiencapaciteit is meestal aanzienlijk lager dan je oorspronkelijke salaris omdat deze gebaseerd is op werk dat past bij je beperkingen. Terwijl je oude salaris je werkelijke inkomen voor je ziekte was, geeft de restverdiencapaciteit aan hoeveel je theoretisch nog zou kunnen verdienen met passend werk.

Stel je verdiende €4.000 per maand als projectmanager, maar door je aandoening kun je alleen nog administratief werk doen voor €2.500 per maand. Dan wordt €2.500 je restverdiencapaciteit. Het verschil van €1.500 vormt de basis voor je berekening van je arbeidsongeschiktheid.

Deze lagere restverdiencapaciteit heeft direct impact op je financiële situatie. Als je restverdiencapaciteit 65% of minder is van je oorspronkelijke salaris, kom je in aanmerking voor een WIA-uitkering. Hoe groter het verschil tussen je oude inkomen en je loonwaarde, hoe hoger je uitkeringspercentage wordt. Alleen als je door ziekte of aandoening niet meer dan 65% van je oorspronkelijke salaris kunt verdienen, kom je in aanmerking voor WIA.

Waarom is je restverdiencapaciteit zo belangrijk voor je WIA-uitkering?

Je restverdiencapaciteit en in hoeverre je erin slaagt om minimaal de helft daarvan te verdienen, bepalen of je recht hebt op een WGA-loonaanvullingsuitkering (LAU). Deze fase volgt op de WGA-loongerelateerde uitkering (LGU). Hierover meer in ons uitgebreide WGA-artikel.

Bij een WGA-uitkering ontvang je in de eerste twee maanden 75% van je gemiddelde maandinkomen. Daarna daalt dit naar 70%. Deze regeling geldt voor mensen die gedeeltelijk arbeidsongeschikt zijn (35–80%) of volledig arbeidsongeschikt met uitzicht op herstel. Je wordt geacht om naast je uitkering te blijven werken. Verdien je minder dan de helft van je restverdiencapaciteit, dan krijg je een lagere WGA-vervolguitkering.

Bij een IVA-uitkering ontvang je 75% van je oude loon. Deze uitkering is bedoeld voor mensen die volledig en blijvend arbeidsongeschikt zijn (80-100% zonder uitzicht op herstel) en niet meer dan 20% van hun oude salaris kunnen verdienen.

Een juiste vaststelling van je restverdiencapaciteit is daarom financieel van groot belang voor je toekomst. Een te hoge restverdiencapaciteit kan betekenen dat je geen recht hebt op een uitkering.

Wat kun je doen als je het niet eens bent met je restverdiencapaciteit?

Je kunt binnen zes weken na ontvangst van de UWV-brief bezwaar maken tegen de beslissing op je WIA-aanvraag. Dit doe je schriftelijk en onderbouwd met concrete argumenten waarom je vindt dat de vastgestelde restverdiencapaciteit onjuist is.

Sterke argumenten voor bezwaar zijn bijvoorbeeld dat de arbeidsdeskundige je werkervaring of opleiding verkeerd heeft beoordeeld, dat er geen reëel passend werk beschikbaar is op de arbeidsmarkt, of dat je beperkingen onderschat zijn. Je kunt ook aantonen dat de gebruikte functieprofielen niet realistisch zijn voor jouw situatie.

Je hebt recht op inzage in je dossier en kunt aanvullend medisch onderzoek aanvragen als je vindt dat je beperkingen niet volledig in kaart zijn gebracht. Tijdens de bezwaarprocedure beoordeelt het UWV je argumenten opnieuw en kan een tweede arbeidsdeskundige worden ingeschakeld.

Als je bezwaar wordt afgewezen, kun je nog in beroep bij de rechtbank. Het is verstandig om je goed voor te bereiden en professionele ondersteuning in te schakelen, omdat deze procedures complex kunnen zijn.

Hoe UwVerzuimregisseur helpt bij loonwaardekwesties

Wij begeleiden je door het complete proces van loonwaardebepaling, van voorbereiding tot eventuele bezwaarprocedures. Ons team van geregistreerde arbeidsdeskundigen en ervaringsdeskundigen met chronische aandoeningen begrijpt precies hoe het UWV te werk gaat en waar de valkuilen zitten.

We bereiden je voor op gesprekken met arbeidsdeskundigen, helpen je bij het verzamelen van ondersteunende documenten en begeleiden je tijdens het hele traject. Als specialist in chronisch progressieve aandoeningen zoals Parkinson, MS, Alzheimer, COPD, reuma en ALS weten we hoe deze aandoeningen doorwerken in loonwaardebepalingen.

Onze unieke aanpak combineert professionele expertise met persoonlijke ervaring. We laten niemand alleen staan bij deze complexe beslissingen over werk en inkomen. Neem contact met ons op voor persoonlijke begeleiding bij jouw loonwaardekwestie en zorg dat je WIA-traject optimaal verloopt.


Onze opdrachtgevers

triangle-down